De begrafeniscultuur zoals wij die nu kennen stamt uit de tijd van Napoleon. Voor die tijd werden de doden veelal in en om de kerk begraven totdat er, door een pestepidemie in de 17de eeuw, besloten werd de begraafplaatsen buiten de steden te plaatsen. Daar werd tot het einde van de 18de eeuw voornamelijk de arme bevolking begraven.

Deze begraafplaatsen waren meestal kale vlakten waar men de doden zonder kist begroef. De rijkere bevolking bleef grotendeels vasthouden aan de oude gewoonte en werd in grafkelders in kerken bijgezet. Napoleon vond het begraven in de openbare ruimte van de kerk onhygiënisch en aan het begin van de 19de eeuw werd bij wet verboden dit nog langer te doen. Vanaf dit moment werd er een plek gecreëerd  waar men de overledene te ruste kon leggen en daar de mogelijkheid had een gedenkplaats te maken.

De aanschaf van een blijvende rustplaats is heden ten dage, zeker in het westen, een kostbare onderneming en voor niet veel mensen bereikbaar. Vanaf 1955 is cremeren in Nederland legaal, in het eerste begin maakten vooral mensen van andere gezindten en niet-gelovigen gebruik van deze mogelijkheid, daarna is het ook gewoonte geworden in de christelijke cultuur. Sinds het begin van deze eeuw worden er jaarlijks meer mensen gecremeerd dan begraven.

In de huidige uitvaartcultuur van ons overbevolkte land is het bijna gewoon geworden dat een graf maar voor 10, 20 of 30 jaar blijft. Begraafplaatsen worden geruimd en gedenkstenen worden vermalen tot kiezels en stof. Gelukkig is er nog ruimte voor oude, vaak fraai aangelegde, graven op moderne begraafplaatsen. Soms een hoekje en soms begraafplaatsen die tot monument geworden zijn. Mijn zoektocht naar grafstenen en engelen speelt zich voornamelijk in die overgebleven monumentjes af.  In Nederland en in het buitenland waar de dodenakkers lang blijven zoals de geschiedenis ze gevormd heeft. Sinds een aantal jaren maak ik schilderijen van grafstenen. Een begraafplaats zie ik als een plek van rust, een plek waar je helemaal tot jezelf kan komen en nadenken over de zin en onzin van het leven. De oude begraafplaatsen zijn veelal prachtig aangelegde landschappen met daarin monumenten die een bepaalde tijd laten zien door vorm en versiering.

Een mooi voorbeeld hiervan is in Ukkel bij Brussel (België). Op deze begraafplaats is duidelijke de Jugendstil-periode te herkennen. Na een paar jaar grafstenen durfde ik de overstap naar het schilderen van engelen aan. De engel is voor mij een beeld dat  wakend over het graf is als een ouder, als vriend en als troost bij de laatste rustplaats van hen die ons dierbaar zijn. De engel die blijft als iedereen naar huis is, die rouwenden verwelkomt bij bezoek en die als herkenningspunt boven alles uitsteekt.

Het beeld van een tijd waarin mensen nog een andere manier van gedenken hadden, er veel tijd en aandacht aan het graf geschonken werd en een tijd waarin er ook ruimte was om gedenkstenen voor de “eeuwigheid” te maken. De engel als grafmonument, met dank aan de creativiteit en het vakmanschap van de beeldhouwer en de mooie lijnen van de vleugels en het kleed.

                                                                                                  Babs van der A
juni 2011